PEETERS ONLINE JOURNALS
Peeters Online Bibliographies
Peeters Publishers
this issue
  previous article in this issuenext article in this issue  

Document Details :

Title: Wanneer diabetes mellitus niet gewoon type 1 of 2 is: monogene diabetes mellitus MODY 2
Author(s): BONGERS C, VANHAVERBEKE G
Journal: Tijdschrift voor Geneeskunde
Volume: 73    Issue: 5   Date: 2017   
Pages: 262-268
DOI: 10.2143/TVG.73.05.2002288

Abstract :
“Maturity onset diabetes of the young” (MODY) werd voor het eerst als ziektebeeld beschreven in de jaren ’70 van de twintigste eeuw.
Deze vorm van diabetes mellitus (DM) wordt autosomaal dominant overgeërfd en is gekenmerkt door een defect in de bètacel van de pancreas. Bij MODY 2 situeert het probleem zich ter hoogte van de glucose-“sensing”, bij de andere MODY-vormen betreft het eerder een defect in de insulineproductie.
Differentiëren met andere vormen van DM is belangrijk omwille van het verschil in prognose en nood tot behandeling. Bij MODY 2 verwacht men minder complicaties en blijkt een behandeling van de milde hyperglycemie niet nuttig. Tijdens de zwangerschap wordt de nood tot een behandeling bepaald op basis van de biometrische kenmerken van de foetus.






Diabetes mellitus, not always type 1 or 2: monogenic diabetes mellitus MODY 2
Maturity onset diabetes of the young (MODY) was first described in the late seventies of the twentieth century. This autosomal dominant enherited disease is characterised by a defect in the pancreatic bèta-cell. In MODY 2 the problem is located at the glucose sensing of the cell, whereas other forms of MODY typically have a defect in insulin production.
Differentiating MODY 2 from conventional forms of diabetes mellitus is important because of the difference in prognosis and need for treatment. Complications are to be less expected with MODY 2, explaining the lower requirement of diabetic therapy. In case of pregnancy, the fetus’ biometric characteristics determine the mother’s therapeutic need.


download article




35.175.191.168.