PEETERS ONLINE JOURNALS
Peeters Online Bibliographies
Peeters Publishers
this issue
  previous article in this issuenext article in this issue  

Document Details :

Title: Familiaal ovariumcarcinoom
Author(s): LEUNEN K, VAN GORP T, CADRON I, AMANT F, NEVEN P, BERTELOOT P, TIMMERMAN D, VERGOTE I
Journal: Tijdschrift voor Geneeskunde
Volume: 66    Issue: 7   Date: 2010   
Pages: 333-337
DOI: 10.2143/TVG.66.07.2000727

Abstract :
Naast de leeftijd is familiale belasting de belangrijkste risicofactor voor het ontwikkelen van een ovariumcarcinoom (OvC). Het risico stijgt met het toenemend aantal eerstegraadsverwanten, doch daalt met stijgende leeftijd van diagnose bij de verwanten.
Van alle gynaecologische tumoren heeft het OvC de hoogste hereditaire proportie, die namelijk de 10% overschrijdt. Van de 10% hereditaire OvC’s is het grootste deel (85%) toe te wijzen aan een mutatie in het BRCA1- of BRCA2-gen. Ook al is er geen duidelijke positieve familiale anamnese, wordt toch bij 4% een mutatie in 1 van deze 2 genen gevonden bij patiënten met OvC. Behoudens mutaties in BRCA-genen, leiden mutaties in 1 van de MMR-genen (HNPCC-syndroom) ook tot verhoogd risico op OvC.
Nauwgezette follow-up van deze hoogrisicopopulatie heeft echter belangrijke beperkingen gezien de lage sensitiviteit en specificiteit van echografie en serumtumormerkers. Vandaar dat het verwijderen van tubae en ovaria de beste preventieve maatregel betekent voor deze vrouwen met een verhoogd risico op het ontwikkelen van OvC. In functie van de mutatie zal aan deze vrouwen profylactische bilaterale salpingo-oöforectomie voorgesteld worden na kinderwens, rond 40-jarige leeftijd voor BRCA1-mutatiedraagsters, en voor 50-jarige leeftijd bij BRCA2-mutatiedraagsters
Het BRCA-gerelateerde OvC heeft een betere prognose dan het sporadische, waarschijnlijk door zijn specifieke tumorbiologie en betere respons op chemotherapie. Nieuwe producten zoals de PARP-remmers zijn in ontwikkeling, die waarschijnlijk efficiënte, gerichte en minder toxische therapie mogelijk zullen maken.





Familial ovarian cancer
Besides age, a positive family history constitutes the most important risk factor for developing ovarian cancer. Every new first or second degree relative with ovarian cancer enhances the risk of these family members, though this risk decreases with raising age at its occurrence of the patient.
More than 10% of the ovarian cancers has a hereditary origin. The largest proportion (85%) may be assigned to a mutation in BRCA1 or BRCA2. Even in 4% of families without clear family history, a BRCA mutation is found. Moreover, mutations in one of the mismatch repair genes (HNPCC-syndrome) present an elevated risk for developing ovarian cancer, reaching 8-15%.
Strict follow-up as secondary prevention for ovarian cancer has clear limits due to the low specificity and low sensitivity of clinical examination, ultrasound and tumor markers. Thus primary prevention with ablation of ovaries and tubes once child wish has been completed, seems the best option in this high risk group.
Although hereditary ovarian cancers present in the same way as the sporadic ovarian cancers, they seem to have a better prognosis as a result of specific tumor biology and certainly due to their better response to platinum-based chemotherapy. Moreover, new target therapies are investigated, such as the PARP-inhibitors, which will probably allow a less toxic treatment (and an eventual preventive therapy) in this subgroup of patients.

download article




35.175.180.108.