PEETERS ONLINE JOURNALS
Peeters Online Bibliographies
Peeters Publishers
this issue
  previous article in this issuenext article in this issue  

Document Details :

Title: Het gebruik van bètablokkers bij licht tot ernstig chronisch harfalen
Author(s): MISSAULT L, BAUWENS F, VAN VELDHUISEN DJ
Journal: Tijdschrift voor Geneeskunde
Volume: 58    Issue: 2   Date: 2002   
Pages: 98-104
DOI: 10.2143/TVG.58.2.5001234

Abstract :
Sinds enkele jaren is het gebruik van bètablokkers algemeen aanvaard voor de behandeling van gestabiliseerd functioneel hartfalen klassen II en III. Gerandomiseerd onderzoek uitgevoerd bij patiënten met stabiel chronisch hartfalen behandeld met angiotensine-converterend-enzymremmers (ACE-remmers), diuretica, en digitalis toont een bijkomende mortaliteitsafname van ongeveer 35% wanneer bètablokkers aan
de behandeling worden toegevoegd. Recentere gegevens uit de COPERNICUS-studie ondersteunen zelfs het gebruik van bètablokkers voor de postacute of chronische functionele klasse-IV-patiënt. Het blijft echter uiterst belangrijk om deze geneesmiddelen op de juiste wijze toe te dienen. Het starten gebeurt met een lage dosis en alleen bij gestabiliseerde, euvolemische, vooraf optimaal behandelde patiënten; het opvoeren mag slechts om de 2 tot 4 weken gebeuren. In de beginfase is vooral bij een bepaalde subgroep een tijdelijke klinische verslechtering mogelijk.
De gunstige effecten van bètablokkers op levenskwaliteit en symptomatologie zijn, zeker op korte termijn, relatief gering, maar zowel de hospitalisatiefrequentie als de mortaliteit dalen significant.





The use of betablockers in mild to severe chronic heart failure.
Recently the use of betablockers has been generally accepted for the treatment of stabilised functional New York Heart Association class II and III heart failure. Randomized trials on the use of betablockers in patients that are optimally treated with angiotensin converting enzyme inhibitors, diuretics and digitalis have shown an additional mortality benefit of about 35% when betablockers are added to these standard therapies. Recent evidence from the COPERNICUS trial even underscore the use of betablockers in patiens with postacute or chronic New York Heart Association functional class IV heart failure. The way these agents are administered in patients with heart failure remains of utmost importance however. To date evidence only supports the use of betablockers in stable, normovolemic patients, optimally treated with baseline therapeutic modalities using diuretics and ACE-inhibitors. Therapy with a betablocker must be started with extremely low doses while uptitration has to be performed very gradually, for instance with dose increases only every 2 to 4 weeks. Especially during the initial administration, transient clinical deterioration may occur. The beneficial effects of betablockers on quality of life and symptoms are only minor in the short term, but the hospitalisation frequency and the mortality decrease significantly in the long run.

download article




18.212.90.230.