PEETERS ONLINE JOURNALS
Peeters Online Bibliographies
Peeters Publishers
this issue
  previous article in this issuenext article in this issue  

Document Details :

Title: Depressie en kwetsbaarheid op oudere leeftijd:een overzicht
Author(s): VAN DAMME A, PETROVIC M
Journal: Tijdschrift voor Geneeskunde
Volume: 73    Issue: 24   Date: 2017   
Pages: 1531-1537
DOI: 10.2143/TVG.73.24.2002486

Abstract :
Het depressie-frailty-fenotype staat voor een klinisch kwetsbare groep van ouderen, met gedeelde symptomen tussen depressie en kwetsbaarheid, namelijk weinig energie, gewichtsverlies, psychomotore vertraging en een verlaagd activiteitsniveau. Het is klinisch een hoogrisicopopulatie met een hoge morbiditeit en mortaliteit, waarvan de prevalentie varieert tussen 9,1 en 21,3%. Depressie en kwetsbaarheid zijn twee sterk aan elkaar gecorreleerde syndromen, maar toch aparte entiteiten. Beiden werken op elkaar in en verergeren elkaar.
Als pathofysiologische mechanismen beschrijven we cellulaire veranderingen (mitochondriale disfunctie en versnelde cellulaire veroudering), een laaggradige inflammatie, hormonale veranderingen (een verstoorde hypothalamus-hypofyse-bijnier(HPA)-as en een laag testosterongehalte) en veranderingen op het niveau van neurotransmitters (gedaald dopamine-gehalte).
Als niet-farmacologische interventie wordt lichaamsbeweging aangehaald omdat het bewezen doeltreffendheid heeft bij zowel depressieve als kwetsbare ouderen. Besproken farmacologische interventies omvatten antidepressiva, infliximab en testosteron. Zowel antidepressiva als infliximab hebben op dit moment geen bewezen werking. Enkel exogeen testosteron bij kwetsbare ouderen met depressie en laag testosteron zou voordelen kunnen bieden.






Depression and frailty in older people: an overview
The depression-frailty phenotype represents a high risk clinical population associated with higher morbidity and mortality. In literature, there is a reported prevalence between 9% and 21,3%.
Depression and frailty are highly correlated, but are different entities. Both syndromes might exacerbate each other. In this manuscript the pathophysiologic basis of this phenotype is elaborated on. Multiple explanations have been found. On a cellular level, evidence suggests mitochondrial dysfunction and increased cellular aging. Also, low grade inflammation is shown in both depression and frailty. Endocrine changes, more specifically hypothalamic-hypophyseal-adrenal axis changes lead to lower coping of stress and low testosterone has an impact on mood and muscle strength. Low dopamine ­levels have been linked with psychomotor and cognitive retardation. Multiple interventions have been examined, both non-pharmacological and pharmacological. Exercise has proven beneficial in both syndromes. Discussed pharmacologic interventions include antidepressants, infliximab and testosterone. Both antidepressants and infliximab have no proven effect at the moment. Only exogenous testosterone in frail older men with depression and low testosterone seems beneficial.


download article




3.85.10.62.