PEETERS ONLINE JOURNALS
Peeters Online Bibliographies
Peeters Publishers
this issue
  previous article in this issuenext article in this issue  

Document Details :

Title: Empirische antibioticatherapie in tijden van “extended spectrum” bètalactamaseproducerende Enterobacteriaceae
Author(s): PEETERMANS M, VERHAEGEN J, PEETERMANS W, WAUTERS J
Journal: Tijdschrift voor Geneeskunde
Volume: 73    Issue: 13   Date: 2017   
Pages: 808-816
DOI: 10.2143/TVG.73.13.2002370

Abstract :
De toenemende incidentie van “extended spectrum” bètalactamase (ESBL-)producerende Enterobacteriaceae komt ook tot uiting in België waar ongeveer 7% van de klinische stammen van E. coli, en 16% van de K. pneumoniae niet gevoelig zijn aan derdegeneratiecefalosporinen. Anderzijds loert het gevaar van selectie van CPE-kiemen (carbapenemaseproducerende Enterobacteriaceae) bij een ongebreideld gebruik van carbapenems om de hoek. Dit alles dwingt tot een herevaluatie van de empirische en/of definitieve antibioticatherapie bij infecties met gramnegatieve kiemen.
Waar carbapenems duidelijk de eerste keuze blijven bij ernstige infecties in kritiek zieke patiënten, tonen recente gegevens aan dat bij urinaire en biliaire infecties combinaties van bètalactam/bètalactamase-inhibitor niet inferieur zijn, vooral bij lage “minimum inhibitory concentration”(MIC)-waarden en dus in de gerichte therapie.
Voor gecompliceerde urinaire infecties zijn temocilline en parenteraal fosfomycine goede carbapenemsparende alternatieven in de empirische therapie.
De nieuwe bètalactam/bètalactamase-inhibitorcombinaties ceftolozane-tazobactam (ceftazo) en ­ceftazidime-avibactam (cazavi) zullen tevens een plaats verwerven bij empirische en gerichte therapie van pyelonefritis en verwikkelde abdominale infecties (bij deze laatste in combinatie met metronidazol), en studies met deze nieuwe antibiotica in nosocomiale en ventilatorgeassocieerde pneumonie zijn lopende.






Empirical antibiotic therapy in the face of rising ESBL incidence
The worldwide increase in extended-spectrum beta-lactamase (ESBL) producing Enterobac­teriaceae is evident in Belgium as well, with approximately 7% of E. coli and 16% of K. pneumoniae clinical strains showing non-sensitivity to third generation cephalosporins. On the other hand, unrelentless use of carbapenem antibio­tics will lead to selection of carbapenemase-producing Enterobacteriaceae (CPE) strains. Consequently, the empirical and definite antibiotic treatment of gram-negative bacterial infections deserves a critical revision.
Carbapenem antibiotics still remain the first choice for severe infections in the critically ill, but recent data show non-inferiority of betalactam/beta-lactamase inhibitor combinations in less severe urinary and biliary tract infections. These drugs are especially relevant in definite therapy, when “minimum inhibitory concentration” (MIC) values are low.
In the empirical therapy of complicated urinary tract infections, both temocillin and fosfomycin are good carbapenem-sparing therapeutic options.
The precise indications for the novel betalactam/beta-lactamase inhibitor combinations ceftolozane-tazobactam (ceftazo) and ceftazidime-avibactam (cazavi of zavicefta) are yet to be defined. Phase 3 studies with both new antibiotics in complicated urinary tract and abdominal infections have yielded positive results, and trials in nosocomial and ventilator-associated pneumonia are ongoing.


download article




54.85.162.213.