PEETERS ONLINE JOURNALS
Peeters Online Bibliographies
Peeters Publishers
this issue
  previous article in this issuenext article in this issue  

Document Details :

Title: Nieuwe therapie voor hepatitis C: “an end of life story?”
Author(s): VANDEWYNCKEL Y-P, VERHELST X, GEERTS A, VAN VLIERBERGHE H
Journal: Tijdschrift voor Geneeskunde
Volume: 70    Issue: 20   Date: 2014   
Pages: 1202-1209
DOI: 10.2143/TVG.70.20.2001712

Abstract :
Chronische hepatitis C is wereldwijd een belangrijke oorzaak van levercirrose en een hepatocellulair carcinoom. Hierdoor is hepatitis C de belangrijkste oorzaak van een levertransplantatie. Tot voor kort bestond de standaardtherapie uit een combinatie van peginterferon (peg-IFN) en ribavirine (RBV). Deze combinatie heeft echter belangrijke bijwerkingen en leidt tot genezing bij ongeveer de helft van de patiënten met genotype 1. In 2011 werden de proteaseremmers telaprevir en boceprevir toegevoegd aan het therapeutische arsenaal. Deze verbeterden de kans op genezing en leidden tot een paradigmaverschuiving in de therapie van hepatitis C. Deze antivirale middelen van de eerste generatie kunnen echter enkel gebruikt worden bij patiënten met genotype 1 en leiden tot klinisch relevante bijwerkingen en interacties. Tevens blijft er nood aan een associatie met peg-IFN, die gepaard gaat met griepachtige symptomen. Momenteel zijn er verschillende antivirale middelen met een verbeterde pangenotypische doeltreffendheid in de finale fase van ontwikkeling. Hierdoor zal de komende jaren het therapeutische landschap voor hepatitis C sterk wijzigen.






New therapy in hepatitis C: an end of life story?
Chronic hepatitis C caused by an infection with the hepatitis C virus (HCV) is a major cause of liver cirrhosis and hepatocellular carcinoma. Furthermore, HCV-induced liver disease is the leading indication for a liver transplantation. Until 2011, the standard treatment of an HCV infection consisted of peginterferon plus ribavirin, resulting in only a limited viral response. In addition, both have several severe side effects. The launch of the first-generation direct-acting antivirals tela­previr and boceprevir is a major step forward in the HCV therapy. However, this major advance is, up to now, restricted to patients with genotype 1.
The development of second-generation direct-acting antivirals, currently in late-stage clinical trials, yields a higher antiviral potency through a pan-genotypic activity, a more convenient daily administration and fewer side effects. Although the first direct-acting antivirals were combined with peginterferon and ribavirin, it is, in view of the rapid progress in the field, likely that an interferon-free therapy will become available in the relatively near future.


download article




54.161.31.247.