PEETERS ONLINE JOURNALS
Peeters Online Bibliographies
Peeters Publishers
this issue
  previous article in this issuenext article in this issue  

Document Details :

Title: Cognitieve neveneffecten van farmaca voorde behandeling van een overactieve blaas
Author(s): BRITS T, WYNDAELE JJ
Journal: Tijdschrift voor Geneeskunde
Volume: 70    Issue: 8   Date: 2014   
Pages: 414-421
DOI: 10.2143/TVG.70.08.2001592

Abstract :
Het overactieveblaassyndroom (OAB) wordt gekenmerkt door klachten van urinaire urgentie die al dan niet gepaard gaan met urgentie-incontinentie. Vaak zijn er ook klachten van pollakisurie en nycturie. De prevalentiecijfers van deze aandoening variëren in de literatuur van 12% tot 22%. Orale antimuscarinica behoren tot de eerstelijnsbehandeling van OAB.
Een veelbesproken bijwerking van orale antimuscarinica is de binding aan niet-blaasspecifieke muscarinereceptoren in het centrale zenuwstelsel (CZS), met als gevolg een daling van de cognitieve prestaties. Dit kan vooral bij oudere patiënten een mogelijk risico inhouden.
In dit artikel worden in eerste instantie de farmacodynamiek en -kinetiek van de antimuscarinica toegelicht. Hierbij lijken vooral de penetrantie in het CZS, de receptorselectiviteit in het CZS en de klaring uit het CZS van belang.
Vervolgens worden de klinisch beoordeelbare, centrale effecten opgelijst en wordt het belang van de “Mini Mental State Examination” (MMSE) onderstreept.
Na onderzoek van de literatuur kan er besloten worden dat men, bij het voorschrijven van antimuscarinica voor OAB, voor elke patiënt het juiste farmacon moet kiezen. Hierbij is het essentieel om rekening te houden met het risicoprofiel van de patiënt, alsook met de farmacokinetiek en -dynamiek van de verschillende farmaca. Hierbij moet er notie genomen worden van het feit dat in België enkel oxybutynine een zekere terugbetaling geniet, tegen een medisch attest. Voor de andere antimuscarinica kan er enkel terugbetaling verkregen worden wanneer OAB veroorzaakt wordt door neurogeen lijden van de hersenen of het hogere ruggenmerg waarbij een behandeling met oxybutynine onvoldoende resultaten of te veel bijwerkingen geeft.






Adverse cognitive effects of muscarinic receptor antagonists in the treatment of an overactive bladder
An overactive bladder (OAB) is a urological condition defined by a set of symptoms: urgency with or without urge incontinence, usually with frequency and nocturia. The prevalence reports differ in the literature and the numbers seem to vary around 12% to 22%. Orally administered muscarinic receptor antagonists are often the first line of treatment for OAB. A much discussed adverse effect of these drugs is their binding to specific M3-receptors (other than the bladder), mostly located in the central nervous system (CNS). This can result in CNS side effects, such as a deterioration of the cognitive performance. Especially older patients at risk could experience significant disadvantages caused by this deterioration.
In this manuscript, the pharmacodynamics and -kinetics of the muscarinic receptor anta­gonist drugs are emphasized. A significant role is played by the capability of the drugs to penetrate the CNS, the muscarinic receptor selectivity and the efflux from the CNS. Subsequently, the clinically relevant cognitive side effects are discussed and the importance of the “Mini Mental State Examination” (MMSE) in
monitoring the cognitive status of each patient is emphasized. It is concluded that a consideration of each patient separately is essential, hereby judging the risk of cognitive deterioration when administering an antimuscarinic drug. This decision is supported by the know­ledge of the pharmacodynamics and -kinetics of the different drugs. In the Belgian population, it is essential to keep in mind that only oxybutynin is sometimes reimbursed by the health insurance, and that the newer drugs have far greater restrictions with regard to reimbursement.


download article




54.226.102.115.