PEETERS ONLINE JOURNALS
Peeters Online Bibliographies
Peeters Publishers
this issue
  previous article in this issuenext article in this issue  

Document Details :

Title: Levertransplantatie voor alcoholisch leverlijden: gelijke kansen voor de alcoholicus?
Author(s): DE CUYPER B, DE SCHRYVER K, VERHELST X, GEERTS A, COLLE I, VAN VLIERBERGHE H
Journal: Tijdschrift voor Geneeskunde
Volume: 69    Issue: 2-3   Date: 2013   
Pages: 69-75
DOI: 10.2143/TVG.69.02.2001319

Abstract :
Alcoholisch leverlijden (ALL) is nog steeds een van de belangrijkste aanwijzingen voor een orthotope levertransplantatie. Medisch gezien valt dit absoluut te verantwoorden aangezien deze patiënten na een levertransplantatie een minstens even goede uitkomst kennen als patiënten die een levertransplantatie ondergaan voor een leverpathologie op niet-alcoholische basis. De patiënt- en de transplantaatoverleving zijn vergelijkbaar tussen beide groepen. Recidiverend ethylisme na een levertransplantatie voor ALL wordt geschat op 10% tot 30% zonder dat het hierbij duidelijk is welk effect dit recidivisme heeft op de patiënt, noch op de transplantatielever.
Het ethische kader rond een levertransplantatie voor ALL blijkt echter niet zo evident. Het lijkt redelijk te stellen dat er aan de alcoholicus geen volledige verantwoordelijkheid toegekend kan worden aangezien verscheidene factoren buiten zijn controle aanleiding kunnen geven tot alcoholafhankelijkheid: genetische constitutie, sociale omstandigheden, psychiatrische pathologie, intellect, enz. Tevens is het zo dat slechts 10% à 15% van de personen die dagelijks aanzienlijke hoeveelheden alcohol drinken finaal ethylische levercirrose ontwikkelen. Naar alle waarschijnlijkheid is het de genetische constitutie van een persoon die verantwoordelijk is voor de gevoeligheid aan leverbeschadiging door alcohol. Het eenvoudige idee dat ethylische levercirrose het directe en onvermijdelijke gevolg is van overmatig alcoholgebruik, blijkt dus foutief. Vanuit deze invalshoek lijkt het toekennen van een lagere prioriteit aan de ALL-patiënt op basis van de morele verantwoordelijkheid van de patiënt moeilijk verdedigbaar.
Het blijft evenwel belangrijk om in het kader van een levertransplantatie voor ALL de alcoholonthouding op een bepaalde manier te staven en te voorspellen. Traditioneel wordt een abstinentieregel toegepast waarbij een volledige alcoholonthouding van zes maanden vereist is vóór men kan overgaan tot een transplantatie. Deze regel heeft echter bewezen niet doeltreffend te zijn. Vandaag bestaat er nog steeds geen betrouwbare, goed afgelijnde voorspeller voor wat betreft volgehouden alcoholabstinentie bij ALL-patiënten na een levertransplantatie. Voor iedere patiënt zou er een systematische evaluatie moeten plaatsvinden waarbij bepalende factoren zoals sociale stabiliteit, het al dan niet aanwezig zijn van ­alcoholproblemen bij eerstegraadsfamilieleden, leeftijd, voorafgaande ontwenningspogingen, therapietrouw, misbruik van andere middelen en geen mentale en/of psychiatrische aandoening in kaart worden gebracht.





Alcoholic liver disease and liver transplantation: good organs for bad people?
Today, alcoholic liver disease (ALD) is still the most important indication for orthotopic liver transplantation. From a medical point of view, this can be defended as no difference in outcome exists when comparing patients transplanted for ALD to patients transplanted for a liver pathology not related to alcohol. Patient and graft survival are comparable in both groups. Relapse in alcoholism after liver transplantation for ALD is estimated at 10% to 30%. It is still unclear which effect this relapse exerts on the patient, and more specifically on his graft.
The ethics concerning liver transplantation for ALD are not straightforward but it does seem acceptable to refrain from awarding full responsibility for the ALD to the alcoholic. Multiple factors have indeed been proven to contribute to the development of alcoholism, which an individual does not always control (e.g. genetic constitution, social circumstances, psychiatric pathology, intellect, etc.). Furthermore, only 10% to 15% of the individuals consuming large quantities of alcohol daily, will develop ALD. Probably, the genetic constitution of a person determines his vulnerability to the liver damage. The simple idea that ALD is the direct and inevitable consequence of excessive alcohol drinking thus turns out to be incorrect. Therefore when considering a liver transplantation, it seems unjust to award a lower priority to ALD patients, based on a responsibility principle.
Nevertheless, it appears important to measure and predict the aptitude of an ALD patient to stay sober after a liver transplantation. To this effect, the abstinence rule is often used. This precept dictates that an ALD patient has to be sober for six months before he can be considered for liver transplantation. After a careful review, this criterion turned out to be ineffective. Today, no reliable and defined predictor exists concerning a definitive alcohol abstinence in post-transplant ALD patients.
Towards the future, a more holistic and systematic evaluation of each liver transplant candidate has to be developed. This review should comprise certain determining factors for continued sobriety, i.e. social stability, no alcohol abuse in first-grade relatives, age, no repeated treatment failures for alcoholism, good medical compliance, no abuse of other substances and no mental or psychiatric disorder.

download article




54.144.75.212.