PEETERS ONLINE JOURNALS
Peeters Online Bibliographies
Peeters Publishers
this issue
next article in this issue  

Document Details :

Title: Atypische dijbeenfracturen in het kader van een langdurige bisfosfonaatbehandeling
Author(s): BOONEN S, LIOEN P, SERMON A, GIELEN E, LAURENT M, BORGHS H, VANDERSCHUEREN D, GROOTAERT V, DE KEULENAER J, SPRIET I, RADEMAKERS F, LUYTEN F
Journal: Tijdschrift voor Geneeskunde
Volume: 68    Issue: 11   Date: 2012   
Pages: 531-538
DOI: 10.2143/TVG.68.11.2001193

Abstract :
Een behandeling met bisfosfonaten biedt osteoporosepatiënten een krachtige bescherming tegen breuken, maar een chronische blootstelling aan deze geneesmiddelen is niet onbesproken en wordt onder meer in verband gebracht met atypische fracturen van het dijbeen. In tegenstelling tot de typisch osteoporotische, proximale dijbeenbreuken gaat het hierbij om subtrochanterische en diafysaire fracturen die na een minimaal trauma ontstaan. Ze doen zich vooral voor bij oudere patiënten en vaak in de context van een jarenlange behandeling met bisfosfonaten. Soms kan er zelfs helemaal geen trauma aangetoond worden en treedt de breuk spontaan op, niet zelden voorafgegaan door pijn in de dijstreek. Radiologisch valt de combinatie op van een dwarse fractuurlijn met verbrede cortices over het verloop van de diafyse. Een groeiend aantal observationele studies suggereert een verband met een bisfosfonaatbehandeling, maar de beschikbare gegevens zijn niet conclusief. Ook de wijze waarop bisfosfonaten atypische fracturen in de hand zouden werken, blijft onduidelijk. Atypische breuken van de dijbeendiafyse komen bovendien zelden voor en het eventuele risico op dit type van verwikkeling onder een behandeling weegt niet op tegen de bewezen baten van bisfosfonaattherapie. Wel moeten atypische fracturen worden meegenomen in de zorgvuldige en individuele afweging van baten en risico’s die een behandeling met bisfosfonaten moet voorafgaan. Zoals elke vorm van chronische therapie moet ook een bisfosfonaatbehandeling op regelmatige basis in vraag worden gesteld en moeten alternatieven of een behandelingsvrije periode worden overwogen. Patiënten onder bisfosfonaten die pijn ontwikkelen over het dijbeenverloop, moeten radiologisch worden onderzocht op eventuele corticale reacties of dreigende breuklijnen. Bij suggestieve klachten en negatieve standaardradiografie kan kernspintomografie worden overwogen om discrete fissuurfracturen tijdig op te sporen.





Atypical femoral fractures and long-term use of bisphosphonates
An increasing number of reports have suggested a link between the long-term use of bisphosphonates and atypical femur fractures. These are characterized by their location in the subtrochanteric region or femoral shaft, a transverse orientation, a minimal or no associated trauma, and, in many cases, cortical thickening, prodromal pain, delayed healing, comorbid conditions and/or exposure to concomitant drugs, including bisphosphonates. A number of mechanisms lend biologic plausibility to a potential association with the long-term use of bisphosphonates, but the currently available evidence remains inconclusive and a causal relationship has not been established. Observational and interventional data suggest that the incidence of atypical femoral fractures in bisphosphonate-treated patients remains very low, particularly when compared with the amount of osteoporotic fractures prevented by this treatment. However, atypical femoral fractures are of consequence and physicians and patients should be aware of this possible complication. Decisions to initiate bisphosphonate treatment should be based on a risk-benefit analysis, including atypical fractures. Similarly, a continued use of bisphosphonates should be re-evaluated regularly.

download article




34.204.194.190.