PEETERS ONLINE JOURNALS
Peeters Online Bibliographies
Peeters Publishers
this issue
next article in this issue  

Document Details :

Title: Aanpak en uitkomst van galwegverwikkelingen na levertransplantatie
Author(s): VAN CLEVEN S, PEETERS H, DE LOOZE D, DE VOS M, GEERTS A, ROGIERS X, TROISI R, DE HEMPTINNE B, DEFREYNE L, VANLANGENHOVE P, COLLE I, VAN VLIERBERGHE H
Journal: Tijdschrift voor Geneeskunde
Volume: 67    Issue: 9   Date: 2011   
Pages: 421-430
DOI: 10.2143/TVG.67.09.2000960

Abstract :
Deze retrospectieve studie bestudeert het voorkomen, de voorspellende factoren, de behandeling en de overleving van patiënten met galwegverwikkelingen na een orthotope levertransplantatie. Als belangrijkste galwegverwikkelingen werden stricturen en gallekkages beschouwd. Klinische informatie werd verzameld uit patiëntendossiers, chirurgische en endoscopische verslagen. Zevenentwintig mogelijke risicofactoren (donor, acceptor, chirurgische en postoperatieve variabelen) voor de ontwikkeling van galwegverwikkelingen werden statistisch geanalyseerd. 197 transplantaties werden geregistreerd bij 177 patiënten. In totaal traden bij 57 transplantaties galwegverwikkelingen op. De meest voorkomende waren stricturen (n = 41), gallekkage (n = 8) en een lek samen met een strictuur (n = 2). Bij 6 patiënten deden zich minder vaak voorkomende verwikkelingen voor, zoals een disfunctie van de sfincter van Oddi en een cholangitis. Multivariate analyse toonde de donorleeftijd als een onafhankelijke risicofactor voor galwegverwikkelingen. De donorleeftijd en een a.-hepaticatrombose waren onafhankelijke risicofactoren voor niet-anastomotische verwikkelingen. In deze studie was endoscopische retrograde cholangio pancreaticografie (ERCP) de eerstekeuzebehandeling voor galwegverwikkelingen. Percutane transhepatische cholangiografie (PTC) en chirurgie waren tweedekeuzebehandelingen. Anastomotische verwikkelingen werden succesvol behandeld met herhaalde stentplaatsing via ERCP (succespercentage: 86,7). ERCP bleek een succesvolle eerstekeuzebehandeling te zijn voor anastomotische stricturen in tegenstelling tot niet-anastomotische stricturen (succespercentage van slechts 50). Niet-anastomotische stricturen werden succesvol behandeld met PTC of via de combinatie met ERCP.





Management and outcome of biliary complications after liver transplantation
This study intended to document the prevalence, predictive factors, treatment and survival of patients with anastomotic and nonanastomotic biliary complications after orthotopic liver transplantation in a single center.
All patient data were collected retrospectively from hospital records between January 2004 and October 2008. In total 197 transplantations were performed in 177 patients. Patients were divided into those with complications (anastomotic and/or nonanastomotic) and those without biliary complications and were compared for several clinical factors.
The overall biliary complication rate was 28.9% (n = 57), including 41 strictures and 8 leakages. Seventy-three per cent of the strictures were anastomotic. By means of univariate analysis, risk factors for biliary anastomotic complications were donor age, donor height, donor gender and heart beating whole donor. Risk factors for nonanastomotic complications were donor age and hepatic artery thrombosis. Binary logistic regression revealed that donor age and hepatic artery thrombosis were independent risk factors for nonanastomotic biliary complications. Anastomotic strictures were succesfully treated with ERCP (succes rate = 86.67%). ERCP for nonanastomotic complications was less effective (succes rate = 50%). PTC and the combination with ERCP were both successful.
Donor age constituted an independent risk factor for non-anastomotic biliary complications. The increasing need for donations has led to the use of “extended criteria donors”. Using older donors could result in more anastomotic strictures. Nonanastomotic complications involving the intrahepatic biliary ducts are mostly related to ischemic injury. A well known risk factor is a hepatic artery thrombosis after transplantation. ERCP for anastomotic strictures is highly successful. Nonanastomotic strictures were more difficult to treat with ERCP. Nonanastomotic strictures were treated with PTC or ERCP combined with PTC.

download article




3.90.207.89.