PEETERS ONLINE JOURNALS
Peeters Online Bibliographies
Peeters Publishers
this issue
  previous article in this issuenext article in this issue  

Document Details :

Title: Onderzoeksstrategie bij koorts van ongekende oorsprong
Author(s): VANDERSCHUEREN S
Journal: Tijdschrift voor Geneeskunde
Volume: 63    Issue: 16   Date: 2007   
Pages: 736-742
DOI: 10.2143/TVG.63.16.2000138

Abstract :
“Koorts van ongekende oorsprong” betreft een langdurige koortsige ziekte, zonder diagnose na een doordachte basisevaluatie. Meer dan 200 oorzaken zijn beschreven, waaronder zeldzame entiteiten. Toch betreft het meestal vertrouwde aandoeningen die zich atypisch voordoen.
Infecties, kwaadaardige aandoeningen en systemische ontstekingsziekten (de “grote drie”) maken het gros uit van de diagnosen. Daarnaast is er een groep “varia”, waaronder de “kleine drie”: factitia of geveinsde koorts, habituele hyperthermie en geneesmiddelenkoorts. Hoewel dit drie eerder zeldzame oorzaken zijn, kan vroegtijdige diagnose ingrijpende of dure onderzoeken vermijden.
Mogelijke diagnostische aanknopingspunten, soms subtiel, dienen de initiële aanpak te leiden (wet van Sutton: “ga waar het geld is”). Indien aanwijzingen ontbreken of niet tot een diagnose leiden, kan de clinicus beeldvorming met een breed bereik overwegen. Strakke algoritmen en een blinde opeenvolging van in toenemende mate complexe tests dienen vermeden te worden.
Proeftherapieën zonder duidelijk fundament dragen zelden bij tot een correcte diagnose.
Als de etiologie onzeker blijft ondanks grondige en gedreven inspanningen, is, bij een stabiele patiënt, een behoedzaam afwachtende houding gerechtvaardigd, omdat de prognose van koorts van blijvend ongekende oorsprong doorgaans gunstig is.





Diagnostic approach to fever of unknown origin
Fever of unknown origin (FUO) refers to prolonged fevers which remain without diagnosis after a well-thought out baseline assessment. Although over 200 causes have been described, including rare diseases, most are familiar entities presenting in an atypical fashion. The clinician must rely on very careful total body evaluation and knowledge of the broad spectrum of diseases, keeping in mind local epidemiology. Apart from the “big three” (infections, tumours, multisystem inflammatory conditions), the “little three” of the miscellaneous category (factitious fever, habitual hyperthermia, and drug fever) deserve early consideration in the workup, since timely recognition may avert invasive and expensive procedures. Possible diagnostic clues, sometimes subtle, should guide the initial workup (according to Sutton’s law: “go where the money is”).
If clues are missing or prove misleading, screening imaging techniques can focus further investigation. A rigid algorithm and a blind pursuit of increasingly complex tests are ill-advised. Likewise, therapeutic trials without firm grounds are rarely diagnostically rewarding.
If the diagnosis remains illusive despite vigorous effort, a watchful waiting approach is warranted as most patients with fever of persistently unknown origin ultimately fare well.

download article




3.85.10.62.