PEETERS ONLINE JOURNALS
Peeters Online Bibliographies
Peeters Publishers
this issue
  previous article in this issuenext article in this issue  

Document Details :

Title: Recente ontwikkelingen in de hormonale nabehandeling en bij de preventie van borstkanker
Author(s): NEVEN P, VAN GORP T, AMANT F, BERTELOOT P, PARIDAENS R, WILDIERS J, DRIJKONINGEN M, CHRISTIAENS MR, VERGOTE I
Journal: Tijdschrift voor Geneeskunde
Volume: 58    Issue: 10   Date: 2002   
Pages: 660-668
DOI: 10.2143/TVG.58.10.5001332

Abstract :
De meeste borstkankers zijn gevoelig voor het vrouwelijk hormoon, oestrogeen. Een hormonale nabehandeling van het niet-gemetastaseerde oestrogeenafhankelijke borstkliercarcinoom vermindert de kans op herval en verlaagt de mortaliteit. Bij een lage kans op tumorherval volstaat 5 jaar tamoxifen. Bij een verhoogd risico op recidief is het nuttig de fitte patiënte voorafgaand chemotherapie toe te dienen. Bij sommige, maar zeker niet bij alle, premenopauzale vrouwen kan chemotherapie worden vervangen door een totale oestrogeensuppressie met een medische, chirurgische of radiotherapeutische castratie gevolgd door tamoxifen.
De belangrijkste hormonale nabehandelingen bij borstkanker worden besproken alsook hun mogelijke rol bij de preventie ervan. Aan de hand van een eenvoudige tabel worden de verschillende hormonale nabehandelingen voorgesteld per risico- en leeftijdsgroep.





Recent developments in the adjuvant hormonal treatment and in the prevention of breast cancer
Most breast cancers are oestrogen dependent. In such case, an adjuvant hormonal therapy reduces a woman’s risk of recurrence and of breast cancer related death. Five years of tamoxifen is the standard adjuvant therapy in case of low risk of recurrence. In case of a high risk of recurrence, there is an additional benefit of chemotherapy if the patient is otherwise in good health, independent of her menopausal status.
In a major subset of premenopausal women with oestrogen receptor positive tumours, total oestrogen deprivation with (temporary) medical, surgical or radiocastration in combination with tamoxifen is a valuable alternative to chemotherapy followed by tamoxifen. Adjuvant chemotherapy however, should not be replaced systematically by ovarian suppression in all premenopausal women with oestrogen dependent breast cancer, as there is not enough evidence that this is better than the combined approach with a correct (type and duration) chemo-hormonotherapy schedule.
In postmenopausal women, aromatase inhibitors may substitute for tamoxifen but data are preliminary and longer follow-up is needed. Tamoxifen has a potential role in ductal carcinoma in situ. It is also able to prevent the healthy but high risk patient against development of ductal carcinoma in situ and invasive breast cancer but, in this setting, side effects like endometrial stimulation and thrombo-embolic events must be put into the risk-benefit equation. Whether other selective oestrogen receptor modulators or aromatase-inhibitors are better than tamoxifen in this setting is being tested in ongoing trials like IBIS II.

download article




54.209.227.199.