PEETERS ONLINE JOURNALS
Peeters Online Bibliographies
Peeters Publishers
this issue
  previous article in this issuenext article in this issue  

Document Details :

Title: Maligne pleurale effusies. Pathogenese, kliniek, diagnose en behandeling
Author(s): COMPERNOLLE V, NACKAERTS KL, VANSTEENKISTE JF, VAN DEN EECKHOUT A, DEMEDTS MG
Journal: Tijdschrift voor Geneeskunde
Volume: 54    Issue: 23   Date: 1998   
Pages: 1622-1631
DOI: 10.2143/TVG.54.23.5000282

Abstract :
Wanneer een patiënt, en zeker deze met een maligniteit in de voorgeschiedenis, klinisch, bij röntgenopname of eventueel bij echografie een pleurale vochtuitstorting vertoont, is het van essentieel belang via een pleurapunctie te bepalen of deze maligne is. Het cytologisch onderzoek van het geëvacueerde vocht kan het eventuele kwaadaardige karakter definitief bewijzen. De rol van tumormerkers bij cytologisch onderzoek is nog onduidelijk. Indien de cytologie herhaaldelijk negatief blijkt, tracht men op basis van de kliniek, de lokalisatie van de primaire tumor en de kenmerken van het punctievocht te schatten hoe groot de kans is dat de pleurale effusie maligne is. Deze schatting bepaalt mee of er verdere diagnostische stappen worden ondernomen. Rekening houdend met het operatief risico en de prognose van de patiënt, zal men kiezen voor een herhaling van de pleurapunctie, eventueel aangevuld met een percutane pleurabiopsie, of voor een thoracoscopie.
De behandeling van een maligne pleurale effusie heeft een palliatief doel. Ze is enkel aangewezen bij patiënten bij wie de klachten door een thoracocentese verbeteren. Herhaalde pleurapuncties zijn te verkiezen bij patiënten met een zeer beperkte levensverwachting. Een pleurodese of een implantatie van een drainagesysteem zijn meer duurzame behandelingen.






Geen abstract

download article




52.204.98.217.