this issue
previous article in this issuenext article in this issue

Preview first page
Document Details :

Title: Léopold II et les Orléans
Subtitle: Les relations du second roi des Belges avec sa famille maternelle
Author(s): DEFRANCE, Olivier
Journal: Museum Dynasticum
Volume: 37    Issue: 2   Date: 2025   
Pages: 25-47
DOI: 10.2143/MD.37.2.3294268

Abstract :
Par sa mère, Léopold II descend de la Maison d’Orléans, qui a régné sur la France de 1830 à 1848. Exilés, les Orléans ont ensuite vécu en Grande-Bretagne, jusqu’à la chute de l’empire de Napoléon III. Mais une nouvelle loi d’exil bannit le comte de Paris, prétendant au trône, et son fils aîné en 1886. Le second roi des Belges entretient des relations régulières avec sa parenté maternelle. Il est surtout proche de son oncle Henri, duc d’Aumale, qui vient vivre à Bruxelles à la fin des années 1880. Afin de ne pas froisser la République française, Léopold II veille cependant à ce que ses relations avec les Orléans n’aient aucun caractère officiel. Il fait également relire la correspondance qu’il échange avec eux par son cabinet et parfois par le ministère des Affaires étrangères. Toujours par crainte de se brouiller avec la France, il refuse que le prince Albert, son héritier, épouse la sœur du duc d’Orléans, prétendant au trône, ce qui, selon lui, aurait nui gravement à la dynastie et au pays.



Via zijn moeder stamt koning Leopold II af van de familie d’Orléans die van 1830 tot 1848 over Frankrijk regeerde. Na hun ballingschap leefden de Orléans vervolgens in Groot-Brittannië, tot aan de val van het keizerrijk van Napoleon III. Maar in 1886 verbant een nieuwe wet de graaf van Parijs, de troonpretendent, en diens oudste zoon. De tweede Koning der Belgen onderhoudt regelmatig contacten met zijn familie langs moederszijde. Hij is vooral close met zijn oom Henri, hertog van Aumale, die eind de jaren 1880 in Brussel komt wonen. Om de goede contacten met de Franse Republiek te behouden, ziet Leopold II erop toe dat zijn relaties met de Orléans geen officieel karakter hebben. De briefwisseling met hen laat hij ook nalezen door zijn kabinet en soms door het ministerie van Buitenlandse Zaken. Uit vrees voor ruzie met Frankrijk weigert hij in te stemmen met het huwelijk van zijn opvolger, prins Albert, met de zus van de troonpretendent, de hertog van Orléans. Een huwelijk dat volgens hem de dynastie en het land schade zou berokkenen.

Download article